Supersum ‘the making of’

Supersum ‘the making of’

Interview met

Wolter Muller

Wie?

Wolter Muller (42)

Wat?

Scenarioschrijver

Waar kunnen wij jou van kennen?

Heb toneelschool gedaan in Amsterdam. Ben 15 jaar lang beroepsacteur geweest. Heb met toneelgezelschappen per bus langs zowat alle theaters in het land getrokken. Tot dat werk zich wat moeilijk liet combineren met de verantwoordelijkheid voor mijn gezin. Heb nog rollen gehad in films als Costa en series als Bloedverwanten en me daarna hoofdzakelijk toegelegd op het schrijven voor toneel en tv, onder meer voor Flikken Maastricht en de nieuwe Baantjerserie,die binnenkort op tv komt. En af en toe hoor je mijn stem voorbijkomen bij reclamespotjes, voor de Jumbo en de Shell, om maar wat te noemen.

Hoe komt zo’n landelijk opererende scenarioschrijver bij De Vierschaar terecht?

Via mijn schoonvader Rob Boas. Die vroeg me eens met professionele ogen te kijken naar de tekst van Exodus aan de Schelde, die toen bijna af was. Die samenwerking is wederzijds goed bevallen. Een paar jaar geleden kwam het verzoek vanaf het begin mee te werken aan het schrijfproces voor een openluchtspektakel over de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding van Bergen op Zoom. Samen met Cees van Broekhoven en Rob Boas, die specifiek op de Bergse aspecten zoals het taalgebruik letten, durfde ik dat wel aan.

Wist je waar je aan begon?

Nou ik vond het onderwerp so wie so reuze interessant. Een buitenkans ook. Hoe vaak kun je over de Tweede Wereldoorlog een massaproductie schrijven? Dat wordt zelfs voor filmproducers al gauw te duur. Maar in Bergen op Zoom kan heel veel, zonder dat het al te veel hoeft te kosten. Er wordt op heel hoog niveau aan amateurtoneel gedaan, kijk naar de BOV, Première en eerdere spektakelstukken van De Vierschaar.

Je kunt hier makkelijk aan ervaren spelers en goede figuranten komen. Qua decor en entourage lopen er, mede dankzij de vastenavendcultuur, veel creatieve mensen rond die graag hun handen uit de mouwen steken. Gaandeweg bleek dat er verrassend veel haalbaar was van wat ik erin wilde hebben, zowel logistiek als een geschikte locatie met voldoende ruimte. Dan wordt het wel heel leuk om daaraan mee te werken.

Hoe kwam het script voor ‘Supersum’ tot stand?

We hebben veel mensen gesproken, anekdotes opgetekend, oude dagboeken gelezen. Zo ontstond het idee om waargebeurde voorvallen te bewerken, zodat er een verhaal ontstaat, waarin we op basis van authentieke gegevens fictieve personages opvoeren.  Met andere namen, omdat we vooral geen personen of nabestaanden willen kwetsen of schofferen. Voor de grote lijnen van ‘Supersum’ heb ik eerst een synopsis geschreven van drie, vier kantjes. Daarna een treatment waarin ik de scènes zonder dialoog heb uitgeschreven. En tenslotte heb ik het script gemaakt, met de uitgeschreven teksten voor de diverse spelers.

Met regisseur Arthur van Broekhoven, die er niet voor terugdeinsde om het ook waar te willen maken, heb ik tijdens het schrijfproces nauwe contacten onderhouden.

Hoe uitdagend heb je de rollen gemaakt?

Waar ik zeer bewust op inzet zijn de overgangen in stemmingen of emoties bij een of meer spelers tijdens een scène. In die overgangen zit het drama. Een kind zien huilen dat zegt: “Mijn ijsje is gevallen”, is op zich al aandoenlijk. Maar een kind dat loopt te genieten van een ijsje en even later dat ijsje in het zand laat vallen, dat geeft een veel dramatischer effect, snap je.

Via zulke emotionele overgangen zie je personages zich voor je ogen ontwikkelen. Daarom laat ik ze altijd anders een scène uit komen dan dat ze erin gingen. Dat probeer ik zelfs met de kleinste rollen te doen. Dus er ligt voor iedereen een uitdaging.

Jouw werk zit erop. Bemoei je je in de aanloop naar de uitvoeringen in oktober nog met de repetities?

Nee, zo’n schrijver ben ik niet. Ik voel er niks voor om een regisseur voor de voeten te lopen en te zeggen: ik wil het zus of zo. Het is nu aan anderen om ‘Supersum’ tot stand te laten komen. Ze hebben de vrije hand om te doen wat ze nodig vinden.Ik leef wel heel erg mee. Het voelt een beetje of je eigen kind in de verte opgroeit en dat je pas gaat kijken als het volwassen is.

Ik kan me voorstellen dat je straks als schrijver met gepaste trots naar ‘Supersum’ kijkt.

Voor mij als schrijver is het geweldig om te kunnenbedenken: “Nu komt het Canadese leger op.” Krijg dat in een theater maar eens voor mekaar. Dat geeft wel een lekker gevoel. Ja, dit lijkt soms meer op film dan op toneel.

Heb jezelf iets met de Tweede Wereldoorlog?

Mijn familie komt uit Rotterdam. Sommigen hebben in mei 1940 van nabij het bombardement nog mee gemaakt. Ze hebben het gelukkig overleefd. Ik heb tijdens het schrijven vaak gedacht aan het Rotterdam. Vooral omdat het de burgemeester bijna gelukt was om het bombardement te voorkomen. Bergen op Zoom was tijdens de bevrijding ook bijna vernietigd en hoe dat voorkomen is vormt een belangrijke verhaallijn in Supersum. Ik hoop dat Bergenaren na het zien van het stuk met een nieuwe blik naar hun prachtige binnenstad zullen kijken en zich bedenken dat het allemaal verdwenen had kunnen zijn.