Supersum ‘the making of’

Supersum ‘the making of’

Interview met

Wie?

Ron Horsten

Wat?

Producer en animatie Supersum-projecties

“Een overdonderende projectie voor Supersum”

De projectie voor Supersum staat nu nog in ieniemienie-formaat op de pc van Bergenaar Ron Horsten (63). Ron is aangetrokken als producer hiervan voor het openluchtspektakel over de laatste dagen voor de bevrijding van de stad, eind oktober 1944. Zo passeren onder meer de toneelzaal van het oude Luxor-theater, het interieur van een ‘fout’ café of het bureau van de toenmalige Ortskommandatur van de Wehrmacht in de Steenbergsestraat.

Bezoekers van Supersum worden straks op het speelterrein aan de Waterschans overweldigd door jouw producties, Ron, dat kan niet anders.

“De beelden worden vanaf twee torens achter de hoofdtribune geprojecteerd met behulp van twee beamers. Een slimme lasnaad maakt dat de projecties van beide beamers vloeiend in elkaar overlopen. Tegen een bijna 27 meter brede en 8 meter hoge achterwand, opgetrokken uit containers. Door te kiezen voor zo’n stijve constructie zijn we minder afhankelijk van de wind dan met een projectiewand van zeildoek.”

Je hebt de vrije hand gekregen bij de samenstelling van de beelden?

“Technisch gezien wel. Maar de beelden die we laten zien, zijn in intensief overleg met regisseur Arthur van Broekhoven tot stand gekomen. Zo werken we bij ons productiebedrijf Plenary Events altijd. We proberen de ideeën van onze opdrachtgevers zo goed mogelijk te vertalen in een praktisch uitvoerbaar en financieel haalbaar programma.

Arthur en ik kennen elkaar al lang, dat praat makkelijker. Ik voel, denk ik, goed aan wat hij met zijn regie bedoelt. Maar daar hoort wel bij dat je ook eerlijk tegen elkaar zegt: dit of dat vind ik minder geslaagd.”

Voor de beelden en animaties maak je gebruik van fotomateriaal uit de Tweede Wereldoorlog. Was er genoeg uit Bergen op Zoom en omgeving te vinden dat bruikbaar is?

“Nou, dat viel niet mee. Op enig moment bleek dat bruikbare foto’s die we eerder bij het West-Brabants Archief hadden gevonden, waren verdwenen. Navraag leerde dat ze bij het archief hun beeldbank vanwege copyright hadden opgeschoond. Een onvoorziene tegenvaller, die met de nodige creativiteit moest worden opgevangen. Sommige foto’s moesten we aankopen, andere beelden hebben we elders gevonden of via animaties zelf geconstrueerd”.

Wie jouw creaties ziet, kan er niet omheen. Zo moet Bergen op Zoom er 75 jaar geleden bij benadering uit hebben gezien. Een bezette stad in de frontlinie, waar Duitse troepen de dienst uitmaakten, het dagelijks leven deels gewoon doorging, mensen verliefd werden, cafés bezochten en repeteerden met hun koor.

“Hoe het is om te leven in een oorlogssituatie, weet niemand van de 133 spelers die bij Supersum op het podium staan uit eigen ervaring. Gelukkig maar natuurlijk. Dankzij een oorlogsdagboek van een destijds jonge vrouw over de laatste twee maanden van de Tweede Wereldoorlog in Bergen op Zoom hebben ze wel allemaal een gevoel gekregen van de omstandigheden van destijds in de stad.  Zo heeft de cast zich beter kunnen inleven in hun rollen.

Maar het was toen een stad waar verraad op de loer lag, het verzet actief was en de spanning bij bewoners, bestuurders en bezetters te snijden was omdat de Canadezen de stad tot op schootsafstand genaderd waren. 

We hebben gepoogd om via de projectie, licht en geluid de situatie en sfeer van toen in de scènes terug te krijgen. De spelers hebben al een beeld van hoe de projecties aan de Waterschans er straks uitzien. Dat hebben we hen in De Stoelemat laten zien, op een groot scherm, maar nog niet eens op ware grootte. Verschillende spelers zaten met tranen in de ogen. Zo’n indruk maakte het op hen.”

Supersum is beroepshalve voor jou ook een bijzondere uitdaging?

“Dat mag je wel zeggen. Supersum is een theatrale massaproductie, inspannend en dankbaar om te doen. Maar het ligt wel in het verlengde van mijn normale bezigheden. Meestal zijn mijn vrouw en ik met Plenary Events bezig met de organisatie van meetings en symposia van grote ondernemingen in binnen- en buitenland. We denken mee over de presentatie en vormgeving, zoeken daarvoor geschikte ruimtes, sprekers en presentatoren, we leveren beeld, geluid, animaties, video- en 3Dmontages en teksten.”

Niet gek voor iemand, die ooit als hobbyist bij de lokale ziekenomroep begon, als autodidact in beeld, licht en geluid alweer 32 jaar in het vak zit en sinds 16 jaar een eigen productiebedrijf runt.

Interview met

Wie?

Ferd Quik

Wat?

Coördinator technische commissie Stichting de Vierschaar

Geen openluchtspel zonder decor. Hoe spectaculair ook. Bij De Vierschaar vertrouwen ze sinds 1996 op de kennis en kunde van de 35 vrijwilligers van de Stichting Decorbouw. Met hun inventiviteit, inzet en vakmanschap staan die garant voor visuele hoogstandjes. Of het stuk zich afspeelt in de Middeleeuwen of de Eerste Wereldoorlog, het maakt de mannen en vrouwen van Decorbouw helemaal niks uit. Hoe hoger de lat ligt, des te groter de uitdaging.

Voor de buitenwacht is Ferd Quik (72) al decennia het gezicht van Decorbouw. Zelfs tot in het provinciehuis in Den Bosch is zijn belangeloze inzet voor het culturele leven in Bergen op Zoom opgevallen. Hij maakt sinds 2011 deel uit van het select gezelschap “Brabantse Hoeders”. Mensen die de Brabant Bokaal ontvingen omdat ze zich buitengewoon inspannen voor de cultuur- of natuurbeleving in Noord-Brabant. Begin dit jaar werd de oud-elektricien met zijn onafscheidelijke hoed en sigaretje door burgemeester Frank Petter benoemd tot ereburger van de stad.

Dat zijn mooie blijken van waardering voor jouw inspanningen, niet dan?

“Dat is ook zo, maar ik zeg er altijd bij: die spelden op mijn revers zijn niet louter mijn eigen verdienste. Om wat voor mekaar te krijgen heb je er altijd andere mensen bij nodig, ik wel tenminste. Kijk maar om je heen wie hier allemaal in hun vrije tijd bij Decorbouw aan de slag zijn. Voor Supersum van De Vierschaar, maar ook voor de nieuwe Verrijzeniswagen, die dit jaar voor het eerst in de Maria Ommegang meerijdt.”

Het publiek ziet meestal alleen het resultaat van jullie werk, maar wat eraan voorafgaat, daar hebben de bezoekers geen idee van.

“Dat hoort ook zo. Het meeste werk doen we in de aanloop naar de uitvoering. Dan zorgen we er als technische commissie voor dat we de wensen van de regisseur op orde hebben. Van decors tot rekwisieten, die we zelf maken, verven en ter plekke installeren, tot technische en logistieke oplossingen zoals vervoer, stroomvoorzieningen, toiletten en het opvangen van het publiek. Dat wordt allemaal in overleg met andere commissies binnen de Stuurgroep tot in de finesses doorgesproken. We kunnen en willen niks aan het toeval overlaten.”

Voor het eerst in de historie van De Vierschaar is gekozen voor een speellocatie buiten de binnenstad: het onlangs vernieuwde vestingwerk De Waterschans bij de Kop van ’t Hoofd. Een bijzondere plek.

“Zeker, een prachtige locatie, maar dat heeft best wat voeten in aarde gehad. Aan de Halsterseweg en verder rond de Zoom, is destijds flink gevochten, het zou op zich mooi zijn als we daar in de buurt konden spelen. Dus hebben we bijvoorbeeld serieus gekeken naar de mogelijkheden van het sportveld van ’t Rijks tussen de Rijtuigweg en de Zoom.”

Maar?

“Met wat passen en meten zou alles prima gepast hebben, ook qua zichtlijnen en bescherming van het gras bijvoorbeeld. Maar helaas, het kon niet. Uiteindelijk kwamen we na overleg met de gemeente uit bij De Waterschans, toen nog in aanleg trouwens. Zo’n verdedigingswerk is op zich een prachtige plek voor dit soort evenementen. Al is er wel wat extra werk nodig, want er is in feite niets.”

Hoe los je dat dan op?

“Alles moet er met vrachtwagens heen gebracht worden, waaronder voor Supersum bijvoorbeeld een stuk of 30 containers. Maar er gaan ook historische voertuigen rondrijden en een tank om maar eens wat te noemen. Een heel circus dus. Maar ook op de Waterschans moeten we extra maatregelen nemen om de ondergrond te beschermen.”

Hoe bijzonder is het decor op het podium?

“Het decor is opgebouwd uit kisten en koffers, die door Kees Warmoeskerken zijn ontworpen. Dat is heel apart. Die koffers komen tijdens het stuk vaak terug. Ze zijn als decorstukken flexibel, in die zin dat ze gebruikt worden als altaar of als bar in een café, maar ook als spoorbiels in weer een andere scène. Projecties en in mindere mate toch ook weer wat technische hoogstandjes, zorgen in Supersum voor de special effects. Die projecties worden gepresenteerd op een containerwand, die dan weer wel een gelijke egale kleur moet krijgen. Dus aan het maken van de decorstukken hebben wij ditmaal niet zoveel werk, lijkt het. Al moeten er ook nog wel wat containers worden verbouwd”

Jullie zijn wel al maanden bezig met de bouw van een tank.

“Ja, dat is heel spectaculair. Het is één op één een replica van de Shermantank van de Canadezen, die je op oude foto’s van de bevrijding voor hotel De Draak op de Grote Markt ziet staan. Die echte was van gietijzer en weegt 40 ton. Die van ons is van (nagemaakt) plaatstaal en weegt 4 ton. We hebben blauwdrukken van de originele tank opgevraagd, de Shermantank die in Woensdrecht staat helemaal opgemeten en een schaalmodel van de tank gekocht. Aan de hand daarvan heb ik de bouwtekeningen gemaakt. Alles erop en eraan klopt.”

En de tank rijdt ook echt tijdens de voorstelling?

“Dat is wel de bedoeling, ja. Niet echt op diesel, maar met een hydraulische aandrijving. Dat maakt ook minder lawaai. Tijdens de voorstellingen staat een calamiteitenploeg paraat voor het geval de tank of een van de andere voertuigen niet start of stilvalt. Geloof het of niet: we hebben er wel een wapenvergunning voor moeten aanvragen. Want uiteindelijk is zo’n tank een wapen, ook al kunnen we met deze niet echt schieten.”

Klopt het dat Supersum jouw laatste kunstje is voor De Vierschaar?

“Ik doe een stapje terug, ja, maar ik stop niet bij. Mijn coördinatietaken stoot ik af, zoals ik dat eerder bij productie hebt gedaan. Jongere mensen moeten de fakkel overnemen. Dat is goed voor de continuïteit bij decorbouw en alle andere culturele vrijwilligerswerk. En ik kan wat minder stressy mijn werk doen, al heb ik van echte stress eigenlijk nooit last. Gelukkig hebben we niet te klagen over animo van deskundige vrijwilligers.”

Die vrijwilligers vormen de kracht van De Vierschaar, in feite van het Bergse verenigingsleven.

“Zeker, de saamhorigheid om met een stel mensen wat voor elkaar te krijgen waaraan ook anderen plezier beleven, dat geeft veel voldoening. Het is ook een enorme uitlaatklep. Maar eerlijk gezegd vraag ik me af hoe lang dat nog kan duren. Bij de verdeling van subsidies zie je dat er steeds meer gekozen wordt voor steun aan professionele cultuur. Daar gaat uiteindelijk, vrees ik, ten koste van amateurclubs en gezelschappen.”

Interview met

Wie?

Ria Weyts

Wat?

Coördinator Stichting Historische Kostuums

Supersum moet een plaatje zijn om naar te kijken’

De Stichting Historische kostuums, in de volksmond HIK, is hofleverancier van kleding voor producties van De Vierschaar. Jullie hebben inmiddels al een paar honderd kostuums uit allerlei tijdvakken zeker?

“In onze ruimtes op de eerste etage in Blokstallen 3 hangen duizenden kostuums in opslag. Een klein aantal uit de Romeinse tijd, veel meer uit de middeleeuwen, de Tachtigjarige Oorlog, de Franse tijd en de Eerste Wereldoorlog. Alleen al voor de jaarlijkse Jeugdmonumentendag met middeleeuwse jaarmarkt op de binnenplaats van het Markiezenhof hebben we voor zo’n 250 volwassenen jurken, rokken, keursjes, kielen, paltrocken, broeken, hemden, hoofddeksels en zo nodig.” Veel scholen hebben kleding voor hun kinderen maar wij verzorgen ieder jaar nog wel zo’n 150 kinderkostuums extra.”

Kun je nog wijs uit al die verschillende jassen, jurken, broeken, rokken, etc.?

“Alle kledingstukken zijn voorzien van codes. Op type, kleur en of het kleding is voor mannen, vrouwen, jongens of meisjes. Dat vergemakkelijkt het terugvinden ervan. Bij de verhuur ervan ondertekent iedereen een contract. Zodat we weten wie wat meeneemt en wat hij of zij dus ook terug moet bezorgen. Dat nummeringssysteem bevalt prima. Al is enige administratieve ondersteuning daarbij welkom.”

Hoe secuur zijn jullie bij het maken of vermaken van kleding voor een bepaald stuk?

“Het streven is onze kleding zoveel mogelijk te laten kloppen met een tijdsbeeld. We bestuderen nauwgezet hoe mensen gekleed gingen in de periode dat de productie zich afspeelt. Van kraagjes op jurken tot revers van kostuums of jassen. Daar gebruikten we vanaf het eerste klank- en lichtspel in 1987 lange tijd prenten, boeken of schilderijen voor. Nu is er heel veel gedigitaliseerd materiaal beschikbaar.”

Probeer je de kostuums tot in detail na te maken?

“Theater is een stukje illusie, het gaat om het tijdsbeeld, de sfeer die je vanaf het podium wilt uitstralen. Het publiek zit ook op afstand. Dat is wat anders dan bijvoorbeeld re-enactment waar je heel dichtbij kunt komen. Dus de jassen, jurken, pakken, japonnen of uniformen hoeven niet tot in detail te kloppen met hoe ze er destijds in het echt uitzagen. Maar Supersum moet wel een plaatje zijn om naar te kijken.”

Was de kleding voor Supersum uit voorraad leverbaar?

“Deels gebruiken we kleding van de Vierschaar-productie Exodus uit 2014, dat speelde in de Eerste Wereldoorlog. Zoveel is er qua mode nadien tot en met de Tweede Wereldoorlog niet veranderd. Daarnaast komt ook het huidige modebeeld, zeker wat jurkjes en motiefjes daarop betreft, deels overeen met dat van toen. Verder hebben we geshopt bij tweedehandswinkels in de stad en bij de Vincentius-vereniging. Ook van familie en vrienden rond de Vierschaar kregen we bruikbare kleding. Voor schoenen zorgen de spelers in de regel trouwens zelf. Zolang het maar geen sneakers of gympen zijn…”

En de militaire uniformen van de Wehrmacht en het Canadese leger?

“Die hebben we gehuurd. Dat is goedkoper dan dure wollen stoffen te moeten kopen. Per slot van rekening zijn wij een organisatie met 20 vrijwilligers. Allemaal vrouwen, die in principe alleen op donderdag tussen 10 en 16 uur zonder subsidie kostuums maken of vermaken. We moeten zuinig zijn willen we de huur van de Blokstallen kunnen betalen.”

Hoe lang zijn jullie met de voorbereiding van Supersum bezig geweest?

“Vanaf vorig jaar zomer. Toen wisten we dat het stuk in het teken van 75 jaar bevrijding zou staan. Dan ga je je oriënteren wat je voor 144 spelers aan kleding nodig hebt. Zowel voor personages als voor figuranten. Die legeruniformen hebben we toen al bij een extern verhuurbedrijf vastgelegd. We wilden daarmee niet te laat zijn. Ook elders in het land wordt de bevrijding herdacht in toneelstukken en film. Pas in januari wisten we hoe de rollen er echt uit zouden komen te zien.”

 

En dan wordt het op enig moment echt letterlijk passen en meten?

“Op afspraak komen de spelers dan langs, ja. Anders wordt het bij ons te druk. We nemen hun maten op, spelden op bestaande kostuums af wat we moeten vermaken, of maken, zoals voor de twee dames in de hoofdrollen, geheel nieuwe jurken. We letten daarbij ook op de kleur van hun kleding. Zo krijgen ze op het podium extra accent ten opzichte van acteurs en actrices in andere rollen.”

Checken jullie vooraf zelf nog of de kostuums op het toneel voldoen?

“Bij de voorgenerale. Dan hebben we nog tijd om iets aan te passen. Al ontdekten we bij het doornemen van het script van Supersum bijvoorbeeld dat een jurk niet correspondeert met de actie, die de schrijver had bedacht. Zo zitten er in een jurk geen zakken, dus je kunt daarin ook niets verstoppen.”

Zijn jullie zelf ook present bij de voorstellingen van De Vierschaar?

“We zijn er wel, maar je ziet ons niet. Achter de schermen zijn bij elke voorstelling twee van onze kleedsters present. Met naald en draad, ja. Voor het geval er tijdens de optredens onverhoopt iets misgaat met de kleding.”

Is dat louter voorzorg of blijkt het ook nodig?

“Ooit scheurde een hoofdrolspeler uit zijn broek. Dat hebben we toen in de coulissen met veiligheidsspelden provisorisch gerepareerd. Dat kon niet anders, het spel moest doorgaan. En bij Shakespeare Verliefd zaten heel veel verkleedscènes. De hoofdrolspeler wisselde vrouwen- voor mannenkleren en andersom. Dan heb je geen tijd al die knoopjes en haakjes los te maken. Dus maakten we in die kleding verborgen ritsen. Niemand die dat zag.”

Interview met

Wie?

Arthur van Broekhoven (58)

Wat?

Regisseur

Waar liggen jouw artistieke roots?

Ik ben begonnen als acrobaat en danser bij de BOV. Tot dan gaf ik praktisch elke avond turnles aan BTV en UDI. Overdag werkte ik in de tandheelkunde. Theater was iets wat niet in mijn wereldje voorkwam. Wel was ik volop bezig als bandparodist op feestjes en partijen. Na de BOV-uitvoering van Die Lustige Witwe in 1982 wist ik dat de grote liefde was gevonden.

Ben je autodidact of heb je een opleiding gevolgd?

Mijn lieve ouders hadden niets met toneel en van theater hielden ze helemaal niet. De financiële middelen waren er ook niet om door te studeren. Dus het was vrij logisch dat ik na de middelbare school onmiddellijk ging werken. Arbeid en sport kwamen op de eerste plaats.  De schok was groot toen ze hoorden dat ik met onmiddellijke ingang stopte met turnen en onder de toneelparaplu van Jacques de Groot kwam. Een mentor van de eerste orde, die man, een lopende opleiding. Verder kreeg ik privélessen in dans van Harry Verrijckt, die verbonden was aan de theateracademie in Antwerpen. Voor mijn stemgebruik zat ik bij Maria Daanen van het Rotterdams conservatorium.  Sinds 1998 ben ik verbonden aan Stichting De Vierschaar. In ‘Diederick, het kind van de rekening’ speelde ik in het eerste bedrijf de intens gemene sergeant.

Wat maakt voor jou als regisseur ‘Supersum’ zo bijzonder?

Het stuk is voor mij tweeledig. De bezetting … die komt dichtbij omdat mijn eigen vader, moeder en familieleden als kind de oorlog hebben meegemaakt. Beladen verhalen over mensen, het verzet, onderduikers en NSB’ers werden meerdere keren verteld. Het tijdsbeeld intrigeert me in hoge mate, omdat het je verstand te boven gaat dat het zover heeft weten te komen. De gekte die een heel volk in de ban heeft weten te houden, het onvoorwaardelijk geloof in een leider. ‘Supersum’ speelt in de tijd dat iedereen onder extreme druk stond, terwijl het normale leven ogenschijnlijk doorging. Het gaat over de strubbelingen, obstakels die men tegenkomt en splitsecond keuzes maken.

De bevrijders …. hoe is het mogelijk dat velen hun leven hebben gegeven, terwijl ze van een totaal ander continent kwamen. En wat ik ook bewonder is hun talent voor improvisatie en hun doorzettingsvermogen. Ze moesten tegen een gedisciplineerd leger vechten, dat door de jaren heen was gehard. Toch hebben ze overwonnen. Onze bevrijders dwingen in grote mate respect af.

Hoe is het stuk tot stand gekomen?

Al 3 jaar geleden kreeg ik de uitnodiging om na ‘Shakespeare verliefd’ een stuk over de bevrijding te regisseren. Er is een denktank gevormd met Cees van Broekhoven en Rob Boas. We zijn verhalen en gegevens gaan verzamelen. Al snel kwamen erachter dat er meerdere verhalen waren over bepaalde feiten. Verder heb ik nog een uitgebreid interview gehad met een mevrouw die destijds bestempeld werd als “moffenmeid”. Ze heeft dat heel haar leven als last met zich mee moeten dragen. Te dramatisch voor woorden. Verder waren er interviews met mensen die heel veel van de bevrijding weten.

WOII ligt emotioneel en maatschappelijk nog steeds gevoelig, er zijn nog overlevenden en nabestaanden. Hoe ga je daarmee in ‘Supersum’ om?

Alle gegevens zijn naar scenarioschrijver Wolter Muller gegaan, waarna vele gesprekken volgde. Over vragen en dilemma’s als: wat kan wel en wat niet, is dit niet te confronterend, moeten we ons aan de feiten houden of permitteren we ons artistieke vrijheid? Het einde van het stuk, de bevrijding, stond al vast, dus het conflict was belangrijker dan de uitkomst. Wat voor ons snel duidelijk was, is dat het een stuk moest worden door en over de burgers van Bergen op Zoom. We verbloemen niets.  Op sommige momenten zal het kei- en keihard zijn. Maar we laten ook de menselijke kant zien. Wat het moet uitstralen is dat oorlog (waar dan ook) niet zwart en niet wit is…….het grijs. Er zijn twee scènes bij die wel eens heel heftig kunnen worden voor sommige mensen.

Je draait al zo lang mee in het wereldje van toneel en theater in BoZ, dat je de kwaliteiten van de meeste spelers al wel kent. In hoeverre zijn audities dan nog van belang?

Er zijn inderdaad een paar mensen die ik persoonlijk gevraagd heb, maar die kan je echt op één hand tellen. Bergen op Zoom is een smeltkroes van talenten en ik mag daar uit vissen, heerlijk is dat. Sommigen zeggen dat auditeren 60% casten is, anderen 90%. Hoeveel het ook is, het is veel. Dat is bij uitstek het moment om te beslissen wie je in een rol zet. Ik verwacht nooit dat de juiste persoon ineens binnenloopt. Als dat wel gebeurt, begin ik te twijfelen. Een perfecte auditie geeft geen garantie voor een geweldige performance. Er komt weer nieuwe jonge en frisse generatie acteurs aan, die staan te trappelen om te beginnen. Maar ……een lang iemand moet gespeeld worden door een lang iemand, een jonge dame moet gespeeld worden door een jonge actrice. Als ik gedwongen moet kiezen tussen twee acteurs, dan kies ik eerder voor ervaring en kundigheid dan voor uitstraling en uiterlijk.

Een prominente rol spelen in stukken van de Vierschaar wordt in BoZ als een eer beschouwd. Je moet dus mensen teleurstellen. Hoe ga je daarmee om?

Het is een voorrecht om zoveel talenten te zien passeren, maar een acteur moet op toneel communiceren met het publiek… alles moet kloppen. In het begin vraag me dan ook nooit af “Is hij of zij overtuigend als personage?”, maar wel van “Kan hij of zij het spelen?”.

Het is altijd moeilijk om mensen te laten weten dat ze net niet gekozen zijn, maar dat hoort bij de job. Sommigen zijn heel erg teleurgesteld en dan krijg je wel eens een vervelend mailtje of ze doen ineens niet mee. Erg jammer.Als men mij vraagt “Waarom?”, dan geef ik ook rechtstreeks antwoord.

Voor de rol van de jonge held Martien zocht je twee jonkies van een jaar of tien. Op hun schouders rust een zware taak. Hoe vind en regisseer je die gastjes?

We hebben een aantal jongens laten auditeren maar daar zat nou net niet precies bij wat we zochten…. Ze moeten breekbaar zijn en toch dapper.

Uiteindelijk zijn we via een tip van twee theaterdocenten op het Centrum voor de Kunsten (CKB) terecht gekomen en hebben we wat testen met twee jongens en een meisje gedaan. Uiteindelijk kozen we voor de twee jongens…twee kleine grote helden.

De repetities in het Lambertijnenhof zijn inmiddels begonnen. Je hebt zes maanden om de spelers klaar te stomen voor de negen voorstellingen. Hoeveel uur in de week ben je daarmee bezig?

Jeetje, dit is een vraag waar ik eigenlijk geen antwoord op heb…. heel, heel veel uurtjes, er komt zoveel bij kijken. Het hele productieteam werkt zich helemaal uit de naad om alles op tijd klaar te hebben en hun spulletjes op orde te hebben. Je overlegt, je belt en je bereidt voor… pfff.

Hoe zou jij jezelf als regisseur omschrijven?

Er is niet een soort kookboek voor hoe je moet regisseren.

Ik ben in ieder geval geen luie regisseur. Daar hebben acteurs trouwens een hekel aan. Repetities hebben discipline nodig.

Ik heb natuurlijk ook niet alle antwoorden, maar ik maak heel graag gebruik van de bagage die de acteur zelf meebrengt. Het is een chemische reactie, je inspireert elkaar. In het begin doe ik wel eens wat dingetjes voor, maar dat is alleen om ze de juiste richting in te duwen. Uiteindelijk moeten ze hun rol zelf inkleuren. Video-opnames gebruik ik zelden of nooit. Acteurs kijken niet graag naar zichzelf. Doen ze dat wel, dan worden ze er onzeker van.

Verder verwacht ik van de acteurs dat ze hun stinkende best doen: dat ze hun spullen kennen, goed nadenken over hun invulling en natuurlijk dat ze op de repetities komen. Ik vind het een grote frustratie voor een regisseur als een acteur vlak voor de repetitie afbelt,….dan moet ik eerst koud douchen. Maar wat voor mij voorop staat dat een repetitie leuk moet zijn.

Komt er nog een generale repetitie op locatie?

We hebben meerdere doorlopen op locatie voor de uiteindelijke generale. Eerst overdag met acteurs en voertuigen, dan de voorgenerale, daarna werken we s’nachts door om projectiebeelden af te stellen en dan de generale… pittig weekje.

Waar ben jij tijdens de uitvoeringen?

Voor de voorstelling geef ik nog aanwijzingen en na de voorstelling ook. Tijdens de uitvoering zit ik bij de techniek.

Wanneer is ‘Supersum’ voor jou geslaagd?

Ik heb ooit een voorstelling gezien waarbij ik na 50 minuten nog niet wist waar het allemaal om draaide…dat zal hier niet gebeuren. Je kan het nooit iedereen naar de zin maken. Wel zou ik het fijn vinden als het publiek zich afvraagt “Wat zou ik in zo’n situatie gedaan hebben?” Al is voor mij het centrale punt toch vooral hoe heerlijk het is het om in vrijheid te leven.

Interview met

Wolter Muller

Wie?

Wolter Muller (42)

Wat?

Scenarioschrijver

Waar kunnen wij jou van kennen?

Heb toneelschool gedaan in Amsterdam. Ben 15 jaar lang beroepsacteur geweest. Heb met toneelgezelschappen per bus langs zowat alle theaters in het land getrokken. Tot dat werk zich wat moeilijk liet combineren met de verantwoordelijkheid voor mijn gezin. Heb nog rollen gehad in films als Costa en series als Bloedverwanten en me daarna hoofdzakelijk toegelegd op het schrijven voor toneel en tv, onder meer voor Flikken Maastricht en de nieuwe Baantjerserie,die binnenkort op tv komt. En af en toe hoor je mijn stem voorbijkomen bij reclamespotjes, voor de Jumbo en de Shell, om maar wat te noemen.

Hoe komt zo’n landelijk opererende scenarioschrijver bij De Vierschaar terecht?

Via mijn schoonvader Rob Boas. Die vroeg me eens met professionele ogen te kijken naar de tekst van Exodus aan de Schelde, die toen bijna af was. Die samenwerking is wederzijds goed bevallen. Een paar jaar geleden kwam het verzoek vanaf het begin mee te werken aan het schrijfproces voor een openluchtspektakel over de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding van Bergen op Zoom. Samen met Cees van Broekhoven en Rob Boas, die specifiek op de Bergse aspecten zoals het taalgebruik letten, durfde ik dat wel aan.

Wist je waar je aan begon?

Nou ik vond het onderwerp so wie so reuze interessant. Een buitenkans ook. Hoe vaak kun je over de Tweede Wereldoorlog een massaproductie schrijven? Dat wordt zelfs voor filmproducers al gauw te duur. Maar in Bergen op Zoom kan heel veel, zonder dat het al te veel hoeft te kosten. Er wordt op heel hoog niveau aan amateurtoneel gedaan, kijk naar de BOV, Première en eerdere spektakelstukken van De Vierschaar.

Je kunt hier makkelijk aan ervaren spelers en goede figuranten komen. Qua decor en entourage lopen er, mede dankzij de vastenavendcultuur, veel creatieve mensen rond die graag hun handen uit de mouwen steken. Gaandeweg bleek dat er verrassend veel haalbaar was van wat ik erin wilde hebben, zowel logistiek als een geschikte locatie met voldoende ruimte. Dan wordt het wel heel leuk om daaraan mee te werken.

Hoe kwam het script voor ‘Supersum’ tot stand?

We hebben veel mensen gesproken, anekdotes opgetekend, oude dagboeken gelezen. Zo ontstond het idee om waargebeurde voorvallen te bewerken, zodat er een verhaal ontstaat, waarin we op basis van authentieke gegevens fictieve personages opvoeren.  Met andere namen, omdat we vooral geen personen of nabestaanden willen kwetsen of schofferen. Voor de grote lijnen van ‘Supersum’ heb ik eerst een synopsis geschreven van drie, vier kantjes. Daarna een treatment waarin ik de scènes zonder dialoog heb uitgeschreven. En tenslotte heb ik het script gemaakt, met de uitgeschreven teksten voor de diverse spelers.

Met regisseur Arthur van Broekhoven, die er niet voor terugdeinsde om het ook waar te willen maken, heb ik tijdens het schrijfproces nauwe contacten onderhouden.

Hoe uitdagend heb je de rollen gemaakt?

Waar ik zeer bewust op inzet zijn de overgangen in stemmingen of emoties bij een of meer spelers tijdens een scène. In die overgangen zit het drama. Een kind zien huilen dat zegt: “Mijn ijsje is gevallen”, is op zich al aandoenlijk. Maar een kind dat loopt te genieten van een ijsje en even later dat ijsje in het zand laat vallen, dat geeft een veel dramatischer effect, snap je.

Via zulke emotionele overgangen zie je personages zich voor je ogen ontwikkelen. Daarom laat ik ze altijd anders een scène uit komen dan dat ze erin gingen. Dat probeer ik zelfs met de kleinste rollen te doen. Dus er ligt voor iedereen een uitdaging.

Jouw werk zit erop. Bemoei je je in de aanloop naar de uitvoeringen in oktober nog met de repetities?

Nee, zo’n schrijver ben ik niet. Ik voel er niks voor om een regisseur voor de voeten te lopen en te zeggen: ik wil het zus of zo. Het is nu aan anderen om ‘Supersum’ tot stand te laten komen. Ze hebben de vrije hand om te doen wat ze nodig vinden.Ik leef wel heel erg mee. Het voelt een beetje of je eigen kind in de verte opgroeit en dat je pas gaat kijken als het volwassen is.

Ik kan me voorstellen dat je straks als schrijver met gepaste trots naar ‘Supersum’ kijkt.

Voor mij als schrijver is het geweldig om te kunnenbedenken: “Nu komt het Canadese leger op.” Krijg dat in een theater maar eens voor mekaar. Dat geeft wel een lekker gevoel. Ja, dit lijkt soms meer op film dan op toneel.

Heb jezelf iets met de Tweede Wereldoorlog?

Mijn familie komt uit Rotterdam. Sommigen hebben in mei 1940 van nabij het bombardement nog mee gemaakt. Ze hebben het gelukkig overleefd. Ik heb tijdens het schrijven vaak gedacht aan het Rotterdam. Vooral omdat het de burgemeester bijna gelukt was om het bombardement te voorkomen. Bergen op Zoom was tijdens de bevrijding ook bijna vernietigd en hoe dat voorkomen is vormt een belangrijke verhaallijn in Supersum. Ik hoop dat Bergenaren na het zien van het stuk met een nieuwe blik naar hun prachtige binnenstad zullen kijken en zich bedenken dat het allemaal verdwenen had kunnen zijn.