Supersum

Supersum

Het is begin oktober 1944; ruim vier maanden na D-day. Britse, Poolse en Canadese troepen hebben de opdracht om de Westerschelde te veroveren op de Duitsers. Deze zeearm is de toegangsweg naar de reeds bevrijde haven van Antwerpen en van levensbelang voor de geallieerde troepen.

Terwijl wekenlang zwaar wordt gestreden, voeren de inwoners van Bergen op Zoom hun eigen strijd, voordat hun geliefde stad in het oorlogsgeweld wordt meegezogen en mogelijk verwoest wordt.

Zo zijn er de strijd van de burgemeester en zijn twijfels… Heeft hij gedaan voor de stad wat binnen zijn mogelijkheden ligt en hoe vatten de inwoners zijn bezoeken aan de Ortskommandantur op?
Of de strijd van de mooie en goedlachse kasteleinsdochter die openlijk flirt met de vijand maar, als het er op aankomt, doet wat van haar verwacht wordt. Versus de strijd van haar bescheiden hartsvriendin die, uit liefde, als enige bereid blijkt haar handen vuil te maken.
Of de strijd van de gedesillusioneerde Wehrmacht-majoor, die alles in het werk stelt om de adelaar toch te laten zegevieren.

Maar ook de strijd van de dirigent van de revue-vereniging, die onder een dekmantel van liedjes en sketches het gezag op andere manieren ondermijnt. Naast de strijd van de kleine en niet erg gezonde Martien, die letterlijk en figuurlijk fietsend door het leven schijnt te gaan op zoek naar avontuur in de laatste, gevaarlijkste dagen van de oorlog.
Zij en nog veel meer anderen in het bezette Bergen zullen uiteindelijk toch kunnen zeggen die tegenslagen, vijanden en zichzelf te hebben overwonnen.